Amsterdam Telegraaf, December 24, 1983

From The Elvis Costello Wiki
Jump to: navigation, search
... Bibliography ...
7475767778798081
8283848586878889
9091929394959697
9899000102030405
0607080910111213
1415161718192021


Amsterdam Telegraaf

Netherlands publications

Newspapers

Magazines

Online publications


European publications

-

Elvis Costello interview


translate
   Jip Golsteijn

"Nashville heeft Almost Blue nooit geaccepteerd. Ik had niet anders verwacht"

„Ik heb twee jaar geen interviews gegeven omdat ik wel wist dat ze zouden neerkomen op het bevestigen of ontkennen van details van het incident met Bonnie Bramlett. Toen zelfs Amerikanen die het goed met me meenden, beweerden dat mijn carrière in de States voorbij zou zijn als ik niet een of andere uitleg zou geven, heb ik toegestemd in een interview met Rolling Stone. Ze hebben keurig opgeschreven wat ik heb gezegd, maar op de cover stond: „Elvis repents".' Terwijl ik juist helemaal geen berouw heb!"

Elvis Costello schudt het hoofd bij de herinnering aan die gedenkwaardige dag dat hij, oververmoeid en zwaar beschonken, in de bar van een Holiday Inn Bonnie Bramlett tegen het lijf liep en een compliment van de inmiddels op leeftijd gekomen zangeres met een reeks beledigingen honoreerde en in het voorbijgaan Ray Charles „just a blind ignorant n-----" noemde. Die kreet speelde Bramlett door aan de pers, waarna hij een geheel eigen leven ging leiden en Costello zich nauwelijks meer kon vertonen, laat staan dat zijn muziek, in de vorm van Armed Forces nog goed voor de Amerikaanse Elpee Top Tien, nog acceptabel was voor de puriteinse Verenigde Staten.

Zelfs John Lennon, die zo'n geintje aan de hand had toen hij beweerde dat de Beatles populairder waren dan Jezus, moest zijn excuses aanbieden en tekst en uitleg geven, maar Elvis Costello's karakter voorzag niet in die mogelijkheid. Hij gaf een persconferentie, zei slechts: „Vraag me niet om verontschuldigingen en ik zal jullie niet vragen om me te vergeven" en was verder bereid de (commerciële) consequenties te aanvaarden van die inderdaad onvergeeflijke opmerking.

Niemand had overigens Ray Charles iets gevraagd, tot voor kort. De grote meester liet simpelweg weten dat iederéén een keer dronken kon worden en hij ook wel eens iets had gezegd waarvan hij spijt had, opmerkingen in hotelbars sowieso niet voor de media bestemd waren en „mijnheer Costello" beter beoordeeld kon worden op zijn slimme songs dan op zijn domme kroegpraat.

Sinds die tijd kopen Amerikanen weer platen van Elvis Costello. Zijn laatste, Punch The Clock, zo frequent dat hij de status van „goud" (een half miljoen exemplaren) heeft gekregen. „Vandaar dat ik nu weer met de media praat. Maar ik hoop wel dat ik er na deze serie weer een paar jaar mee op kan houden."

„Heb je ons op Rockpalast gezien? Wat een waardeloos publiek! Gelukkig was ik door de producer van de show voor ze gewaarschuwd. Ik heb meer voor de camera's gezongen dan voor de mensen in de zaal en dat is kennelijk goed overgekomen. Maar het blijft hinderlijk, dat gejoel en gefluit in de stille passages."

„Muzikaal gezien ging alles voortreffelijk. Het leek wel oorlog tussen de Attractions en de TKO Horns. Ze zwepen elkaar avond aan avond op. Het enige probleem met blazers is, dat je de volgorde van de songs van tevoren moet bepalen, anders staan ze voor gek als je ze een tijdje niet nodig hebt. Het zijn stuk voor stuk fantastische blazers, maar ze blazen niet meer dan de riffs die Steve al op de toetsen speelde toen ze er nog niet bij waren. Volgens de meeste Amerikaanse media worden ze dan ook verkeerd gebruikt. Daar heb ik geen boodschap aan. Ook niet als de woorden „Stax" en „Motown" in recensies opduiken. De meeste Yanks weten niet eens wat die begrippen inhouden!"

„Ik schrijf op het ogenblik geen letter en geen noot. Ik wil ermee wachten tot vlak voor de opnamen van de volgende plaat, in februari. „Punch The Clock" lijkt te veel naar mijn zin op Imperial Bedroom, omdat de songs op die twee platen in één golf zijn gekomen. Dat wil ik niet nog eens aan de hand hebben, ook al zal het niet al te veel mensen zijn opgevallen, omdat Punch The Clock een wereldhit is en Imperial Bedroom niets heeft gedaan. Ik heb iets geschreven voor een TV-show die met oud en nieuw wordt uitgezonden en ik bestudeer een paar opdrachten."

„Robert Plant heeft me om een song gevraagd. Dat vind ik een interessante missie. Niet dat ik vind dat hij bij Led Zeppelin één goeie lick heeft gezongen, maar omdat hij op de benefietplaat voor Kampoecha zo mooi „Little Sister" heeft gezongen. Zijn hart zit dus op de juiste plaats. Mari Wilson heeft me om songs gevraagd, maar de man die haar hofschrijver is, Todd Taylor, vind ik zo'n zak tabak. Als hij bij de zaak wordt betrokken, kan Miss Wilson naar mijn songs fluiten. Tot hij is opgedonderd."

„Ik ben niet anders dan veel andere schrijvers. Heel dichterlijk in hun werk en privé enorme knuppels. En alcoholistisch. Ik las onlangs dat de grote dichter Auden zijn studenten schokte met homoseksuele griezelverhalen. Daar had ik wel bij willen zijn. Scott Fitzgerald schreef op het laatst van zijn leven korte verhalen voor Esquire. Voor de poen. Toen hij merkte dat mensen er, uitsluitend op zijn reputatie, toch literatuur in zagen, begon hij die onzin, in het zicht van de dood, nog serieus te nemen ook."

„Omdat ik in het begin van mijn carrière de indruk wekte dat ik aan mijn eigen ondergang werkte, denkt iedereen nou nog dat ik zelfdestructief ben, maar ik heb zelfs geen sympathie voor het Pantheon Van Grote Rock Doden. Hendrix kon wel aardig gitaar spelen, maar hij heeft misschien twee redelijke songs achtergelaten en gitaarsoli voor eeuwig onmogelijk gemaakt. Janis Joplin kon toon houden, maar ze was geen Aretha Franklin, laat staan Bessie Smith. We moeten de zaken wel in verhouding blijven zien. Gram Parsons was een gefrustreerde hippie die niet kon begrijpen dat Nashville hem niet als countryster wilde accepteren. Als hij eens goed om zich heen had gekeken, in plaats van al die „medicijnen" tegen elkaar in te gebruiken, dan hij hij geweten dat Nashville een conservatief bolwerk is, waar iemand met karakter en stijl nooit geaccepteerd zal worden."

„Nashville heeft Almost Blue ook niet geaccepteerd. Ik had niet anders verwacht. Maar ik wilde mijn country-plaat per se daar maken. Ik zocht naar die combinatie van factoren op de platen van Charlie Rich. Die stem vol soul en dat muzikale behang van de strijkers. Het is pervers, maar dat vind ik nou mooi! De Attractions vonden dat ze in Nashville niet mochten spelen, Nashville vond dat ze de songs slachtten."

„Iedereen raadde me aan Jack Clement als producer te nemen. Een gegarandeerde gek. Maar ik wilde juist de conservatiefste producer van heel Nashville. Billy Sherrill. Sherrill is een aalgladde producer. Hij maakt steeds dezelfde plaat, al meer dan twintig jaar lang. Privé is het een enorme windbuil. Hij houdt er bij lijn artiesten de wind onder door steeds weg te lopen en over de intercom zaken te doen terwijl de plaatopname plaatsvindt. Dát heeft hij mij dus niet geflikt. Ik was totaal geobsedeerd door de slechtheid van de man, maar de andere jongens deelden die fascinatie niet. Die haatten hem binnen het uur. Hij loopt voortdurend met een revolver rond. Ik dacht echt dat hij hem op een dag op de Attractions zou legen. Die rock 'n roll doden had ik tenminste serieus genomen..."


Tags: Punch The ClockThe AttractionsThe TKO HornsSteve NieveStaxMotownBonnie BramlettRolling StoneRay CharlesJohn LennonThe BeatlesImperial BedroomRobert PlantLed ZeppelinConcerts For The People Of KampucheaLittle SisterAretha FranklinGram ParsonsNashvilleAlmost BlueCharlie RichJack ClementBilly Sherrill

-
<< >>

De Telegraaf, December 24, 1983


Jip Golsteijn interviews Elvis Costello.

Images

clipping
Clipping.


Photos by Lex van Rossen.
Photo by Lex van Rossen


Photo by Lex van Rossen


Photo by Lex van Rossen
Photos by Lex van Rossen.


Page scan.
page


-



Back to top

External links