Leidsch Dagblad, January 22, 2005

From The Elvis Costello Wiki
Jump to: navigation, search
- Bibliography -
1975767778798081
8283848586878889
9091929394959697
9899000102030405
0607080910111213
14151617 18 19 20 21


Leidsch Dagblad

Netherlands publications

Newspapers

Magazines


European publications

-

Een grove leugen over popmuziek

Voor Elvis Costello bestaan muzikale grenzen allang niet meer

translate
  Richard Stekelenburg

Scanning errors uncorrected...

Popmuziek lijkt een eindeloos breed begrip na een klein uurtje praten met Elvis Costello. De voormalige angry young man is vijftig inmiddels, maar kwam afgelopen najaar met twee platen tegelijk aanzetten. Een plaat met liedjes getoonzet in de traditie van de Mississippi-delta. En een orkeststuk gebaseerd op Shakespeare's Midsummer Night's Dream uitgevoerd door het London Symphony Orchestra. Twee verschillende werelden? „Het is en blijft allemaal popmuziek."


Een dikke vijfentwintig jaar maakt Elvis Costello (1954) nu al platen. En hoewel zijn fans altijd zullen blijven teruggrijpen naar zijn eerste drie elpee's - My abn is true ('77) , This year's model ('78) en Armed forces ('79) - is de muzikale zeggenschap van de als Declan Patrick MacManus geboren zanger/componist nooit echt aan slijtage onderhevig geweest. Opvallend is wel dat hij zich in de tweede helft van zijn carrière steeds meer is gaan verbreden. Er kwamen uitstapjes met een klassiek strijkorkest, hij ging samenwerken met de koning van de zwijmelpop, Buit Bacharach, maakte een plaat met de Zweedse klassieke zangeres Anne Sofie von Otter, speelde afgelopen zomer met het Metropole Orkest op North Sea Jazz, en sinds kort ligt er een orkeststuk voor een balletuitvoering van Midsummer Night's Dream (II Sogno). Maar tussendoor bleven ze gewoon verschijnen - de 'gewone', niet zelden briljante, Elvis Costello-popplaten. De laatste in het rijtje werd gemaakt met zijn oude strijdmakkers Steve Nieve en Pete Thomas en heet The delivery man.

Het is een plaat met ontroerende zij het soms schrijnende verhaaltjes, muzikaal ingebed in de rijke muziektraditie van de zuidelijke staten van de VS. Dat heen en weer hoppen tussen ogenschijnlijk onverenigbare muziekwerelden wordt Costello lang niet altijd in dank afgenomen. Zijn samenwerking met Bacharach werd bijkans gezien als hoogverraad. Maar in de praktijk blijken de werelden ook gemisloos naast elkaar te kunnen bestaan. Er zijn mensen die de twee platen met Bacharach gewoon niet in hun Costello-verzameling hebben opgenomen. Zoals er inmiddels ook een heel legertje is van mensen die Costello zeggen te bewonderen en van hem juist alleen die twee platen in de collectie hebben.

Maar toch, gelijktijdig op de proppen komen met een klassieke plaat en een nieuw popalbum is bijna provoceren. Toch? Costello vindt van niet. „Goed, ik ben kennelijk weer eens dwars door een grens gereden en ik ondervind tegenstand aan beide kanten. Ikzelf zie de stopsignalen niet eens meer. Een grens? Die bestaat voor mij alleen nog maar in de hoofden van anderen."

Goed, het zal wel met zijn jeugd te maken hebben, sprak de psycholoog van de koude grond. Het is waar, Costello kreeg al vroeg een rijk palet aan muziekstijlen aangereikt door zijn vader, die muzikant was in een dansorkest en elke week een stel platen mee naar huis nam met de hits van het moment. Een ongekende weelde in die tijd. Zo luisterde de jonge Declan naar Sinatra, Peggy Lee, The Beatles en alles daartussenin.

„Grenzen tussen muziek zijn vaak heel kunstmatig getrokken. Het staat allemaal lang niet zover van elkaar af als vaak wordt aangenomen. Heel veel heeft te maken met orkestratie of arrangementen. Neem een oud nummer van mij. Watching the Detectives. Dat vertelt het verhaal van iemand die naar detectives op televisie zit te kijken. Een deel van de muziek in dat nummer heb ik destijds ontleend aan de muziekstijl in oude detectivefilms en film noirs. Alleen met andere instrumenten. Een heel orkest wordt opeens vervangen door een enkele gitaar. Vervolgens heb ik het in een reggaebedje gelegd. Het grappige is op North Sea Jazz heb ik het nummer gespeeld met een heel orkest en ontdaan van het reggaeritme, waardoor het nummer opeens zijn afkomst verraadde. Maar is het daarmee een heel ander nummer geworden?"

„Ik heb altijd gezegd dat ik popmuzikant ben. En daar blijf ik bij. Ook als ik een orkeststuk voor een ballet maak. Wat niet wegneemt dat er bij het schrijven van II Sogno wel limieten waren waarbinnen ik moest operen A Midsummer Night's Dream is nou eenmaal een komedie, daar moet je dus rekening mee houden. Verder staat het verhaal vast, evenals de karakters, ik weet bovendien dat het een stuk moet worden voor een ballet én dat het uitgevoerd moet gaan worden door een symfonieorkest. Binnen die kaders ben ik echter zo vrij als wat.

Ik ben me allereerst gaan afvragen hoe ik de verschillende karakters in het stuk zou kunnen duiden Waar ik op uitkwam was: elk karakter een eigen muziekstijl meegeven. En zie, dan kom je al heel gauw bij het idioom van een popmuzikant."

Costello gaat er eens goed voor zitten. De docent in hem komt boven. „Kijk, als ik een nummer schrijf en ik arrangeer dat samen met The Attractions of met een andere groep muzikanten, dan praten we al heel snel in vergelijkingen: 'Hier moet een soort Motown-achtig ritme komen, dit stuk heeft de sfeer van een Beatle-liedje'. Ik noem maar wat. Muziek en muziekstijlen zijn wat dat betreft een universele taal geworden, met zijn eigen betekenissen. En niet alleen muzikanten kennen die taal, ook het publiek. Met verwijzingen naar stijlen kun je dus iets duidelijk maken. Een bluesriff in een nummer betekent iets en dat pikt het publiek op. Daar speel je mee.

Welnu, waarom zou je dat niet binnen orkestrale muziek kunnen gebruiken? Je hebt in de klassieke muziek natuurlijk componisten die van zichzelf vinden dat ze muziek schrijven die nergens op gebaseerd is, die volledig los staat van welke muzikale geschiedenis dan ook. Dat is een vrij arrogante aanname, want degenen die dat werkelijkvoor elkaar hebben gekregen, zijn waarschijnlijk op de vingers van één hand te tellen. We spelen nou eenmaal vrijwel allemaal een tamelijk nederige rol in de zich voortschrijdende muziektraditie. We bouwen op wat reeds is neergezet.

Ik heb voor Il Sogno - eigenlijk heel simpel -gebruik gemaakt van orkestrale ideeën die in het collectieve geheugen van de mensheid zit. De autoriteiten in het stuk worden omkleed met fanfare en trompetgeschal - wat het een beetje een satirisch tintje geeft. Maar er zitten ook verwijzingen naar folkmuziek in. En ik maak gebruik van het idioom van de grote jazzorkesten. In hoofdlijnen zijn dat de drie ingrediënten die ik in elkaar heb geklit om tot het uiteindelijke stuk te komen. En nou is mijn punt: dat is dus in wezen precies hetzelfde als wat ik al zo'n vijfentwintig jaar als popmuzikant doe."

Even zakt Costello achterover. Om vervolgens meteen weer naar het puntje van zijn stoel te schieten: „Maar een deel van de poperitici noemt dit dan ineens onacceptabel! In de ogen van wie dan helemaal? In 1970, de late jaren zestig werkten rock 'n' roll bands juist heel veel samen met orkesten. Neem alleen maar de orkestratie op Sgt. Pepper's van the Beatles.

Rock 'n' roll en jazz hebben allebei hun fundering in het idee van persoonlijke en muzikale vrijheid. Raar genoeg zijn het juist deze muziekstijlen die in de afgelopen decennia een enorm orthodox denken over muziek hebben voortgebracht. Niet eens zozeer bij de muzikanten, maar vooral bij degenen die erover schrijven. Zo bestaat er onder hen een grove leugen over rock 'n' roll: hoe rauwer hoe oprechter. Geloof dat nou niet."

Maar wat zijn voor Costello dan de grenzen van de popmuziek? Hoe breed is het? De componist: „Het is zo breed dat je er niet om heen kunt. En gaat zo diep dat je er niet onderdoor kan." Hij glimlacht.

„Ik heb nou eenmaal een andere definitie van popmuziek dan de meeste mensen. Voor de meeste mensen is popmuziek wat er in de Top 40 staat. Popmuziek, of populaire muziek, is voor mij zo'n beetje alle geschreven muziek dat een verhaaltje vertelt of een gedachte overbrengt. Dat is dus nogal veel. Het enige wat daar echt buiten valt, is gewijde muziek. En muziek die met opzet is geschreven voor een heel klein publiek, de muziek die we doorgaans 'artniuzieki noemen.

Onwetendheid ontstaat vaak uit luiheid, weet hij. „Ik heb gelukkig heel veel muziek gehoord. En ik kan waardering opbrengen voor welke benadering dan ook. Ik heb bovendien het vermogen me veel muziek eigen te kunnen maken."

Dat laatste klopt. Op The Delivery Man verwijst niets meer naar de man die met zijn huidige geliefde Diane Krall society-feestjes afloopt, zich omringt met Shakespeare-vertolkers en zich'graag strak in het pak onderdompelt in kunst-met-een-grote-K kringen. Het mag dezelfde Costello zijn, het klinkt heel anders. De Brit is afgedaald naar de stoffige Mississippi-delta en vindt er Lucinda Williams en Emmylou Harris aan zijn zijde.

Intrigerend aan de plaat zijn, behalve de bijna mystieke muziek, de terugkerende karakters van Abel, Ivy, Vivien en Geraldine. Costello heeft een plaat gemaakt die zich laat beluisteren als een toneelstuk. Met tamelijke losse scènes, maar uiteindelijk wordt toch een totaalplaatje duidelijk.

Costello: „Het verhaaltje wordt eigenlijk verteld in het titelnummer, The delivery man. De meeste andere songs op de plaat vertolken de verschillenden emoties van de diverse personages. Daartussen is ruimte voor andere dingen - zie ze als 'bulletins van de buitenwereld'. Vivien is een gescheiden vrouw die teleurgesteld is in het leven, maar anderen graag doet geloven dat ze een vol en wild bestaan leidt. Ze heeft een erg rijke fantasie. Haar beste vriendin, Geraldine, is gematigder - op het angstige af. Ze is weduwe. Haar man is gesneuveld in de oorlog. Geraldine vertelt graag over hoe gelukkig hun relatie was. Uiteindelijk hoor je in het nummer Heart shaped bruise dat ze liegt Ivy is Geraldines dochter die door haar moeder wordt beschermd tegen de verderfelijke invloeden van Vivien Alledrie worstelen ze met de donkere kanten van het leven En alledrie projecteren ze hun behoeften op The delivery man, Abel."

Het personage van Abel is trouwens niet helemaal nieuw. Hij bestaat al, zij het niet met naam, in het nummer Hidden Shame dat Costello jaren geleden voor de inmiddels overleden Johnny Cash schreef. „Dat nummer was eigenlijk weer gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, over een man die als kind een moord heeft gepleegd maar die daad geheim houdt.

Ik denk dat ik voor The Deliver), Man op zoek was naar een personage dat beschadigd is geraakt in zijn jeugd en dat zijn hele leven met zich meedraagt Ik begreep overigens pas later dat Abel dezelfde was als het personage in Hidden sharne. Het is net als met film. personages lopen nou eenmaal niet zomaar een kamer binnen, ze blijken een geschiedenis te hebben. Al ben ik eigenlijk alle personages op deze plaat natuurlijk zelf. Min of meer..."

Aankomende maandag zal Elvis Costello met The Imposters het verhaal van The Delivery Man live vertellen, in Vredenburg Utrecht. „Ik denk dat het verhaal op het podium nog beter naar voren komt", zegt hij. „Al is dat afwachten. Bedenk dat we van de meeste grote musicals uit de jaren dertig wel nog vele geweldige en tijdloze liedjes kennen, maar de verhaallijnen allang niet meer. Kun jij mij het verhaal vertellen van de musical waar Let's face the music and dance uit komt? Nee, natuurlijk niet. Dus uiteindelijk zal het toch wel gewoon om de songs gaan. Los van hun verband."

En daar raken The Deliver), Man en 11 Sogno elkaar. „Het zijn allebei verhalen. Met structuren die je kunt volgen. Maar het hóeft niet per se om van de muziek te genieten. Het is maar wat je erin legt. Of eruit wilt halen. Zie je, het ligt allemaal niet zo ver van elkaar."

(The Delivery Man en Il Sogno zijn in. Nederland uitgebracht bij Universal. Elvis Costello treedt maandag 24 januari op in Vredenburg, Utrecht)


Scanning errors uncorrected...

-
<< >>

Leidsch Dagblad, ER BIJ, January 22, 2005


Richard Stekelenburg profiles Elvis Costello.

Images

2005-01-22 Leidsch Dagblad ER BIJ page 08.jpg
Page scan.


2005-01-22 Leidsch Dagblad ER BIJ illustration.jpg
Illustration.


2005-01-22 Leidsch Dagblad ER BIJ photo 01.jpg
Photo.


-



Back to top

External links