Leidsch Dagblad, January 30, 1993

From The Elvis Costello Wiki
Jump to: navigation, search
- Bibliography -
1975767778798081
8283848586878889
9091929394959697
9899000102030405
0607080910111213
14151617 18 19 20 21


Leidsch Dagblad

Netherlands publications

Newspapers

Magazines


European publications

-

'Niets, althans weinig is zo mooi als een viool'

De ongebruikelijke fusie van Elvis Costello en het Brodsky Quartet

translate
   John Oomkes

Een schok ging door de wereld toen Paul McCartney Yesterday en Eleanor Rigby componeerde. 'The Beatles met strijkkwartet, kopten de kranten. Yesterday werd het meest gecoverde muziekstuk ter wereld en hield de belangstelling levend die de pop- en klassiekwereld — ondanks alle vooroordelen — voor elkaar hebben. Zo is voor de klassieke violist Nigel Kennedy de elektrische rockgitaar het summum, terwijl Paul McCartney inmiddels wegloopt met het magistrale geluid van een symfonieorkest. Elvis Costello werkte maandenlang samen met het befaamde Brodsky Quartet aan een album dat pop noch klassiek is. Het resultaat: The Juliet Letters, wordt op 3 maart in Nederland uitgevoerd. Juist ja, in het Amsterdams Concertgebouw.

Ach, wat doen mensen die elkaar willen leren kennen? In The Canterbury Tales (laat veertiende eeuw) vat de Engelse dichter Chaucer in een raamvertelling samen hoe 29 pelgrims op bedevaart mooie verhalen opdissen om de tijd te doden. En passant geven ze ons een betrouwbaar beeld van hun tijd, de ziekten die er heersten, de verdraagzaamheid van de middeleeuwse samenleving, hun voorkeuren en hun gedrag.

Voor The Juliet Letters heeft Elvis Costello, de 38-jarige Engelse meester-songschrijver, een beroep gedaan op een soortgelijke raamvertelling. Zijn vrouw Cait had hem het verhaal verteld van een professor uit Verona, die er een gewoonte van had gemaakt brieven te beantwoorden die via de post werden bezorgd aan het adres van Juliet Capulet, de Julia van Romeo. Hoewel Romeo en Julia karakters waren die zijn ontsproten aan de fantasie, schreven jaarlijks nog honderden verliefde en treurige mensen aan haar om advies.

Toen Costello in 1989 persoonlijk kennis had gemaakt met het fameuze Engelse Brodsky Quartet, merkte hij dat het respect wederzijds was. Hij had bewondering voor hun uitvoeringen van Haydn, Schubert, Beethoven, Bartok en Sjostakovitsj, terwijl het viertal Costello adoreerde omdat hij rock maakte waaruit intelligentie sprak of country kon zingen alsof hij er van hield.

Pas toen de banden afgelopen zomer nauw werden aangehaald en de vijf musici er na lange discussies toe overgingen om samen muziek te schrijven, was er een probleem. Twee zelfs, en misschien wel meer. Klassieke musici reproduceren; ze voeren muziek van anderen, vaak dode componisten, uit. Popmusici schrijven hun eigen muziek. Klassieke instrumentalisten zijn bovendien niet gewend om hun gevoelens in teksten te uiten, popmusici verpakken hun emoties te vaak in clever jargon.

En toen kwam de anecdote van Julia van pas. Costello, Michael Thomas (eerste viool), lan Belton (tweede), Paul Cassidy (altviool) en Jacqueline Thomas (cello) schreven, ieder op zijn beurt, muzikale brieven aan de denkbeeldige figuur. Brieven over bedrog, haat, uitzichtloosheid, kalverliefde, jacht op een forse erfenis, seksuele lust, afscheid, wat al niet. Alles wat persoonlijk is, werd verpakt in brieven aan Julia. Maar tussen de regels door lees je wat Costello en zijn vier klassieke vrienden van deze tijd vinden, precies als de bedevaartgangers in The Canterbury Tales.

VERWACHTINGEN

De kortgeknipte Costello kijkt door zijn brilletje heen als de schrandere neef van Freek de Jonge. Hij knikt instemmend bij de vergelijking met Chaucer en de gedachte dat The Juliet Letters eigenlijk een heel romantisch idee belichamen. Wie luistert er in de jaren negentig nog naar een brief als die wordt voorgelezen? Wie zwijmelt er nog bij strijkers en kaarslicht? Legde Elvis zich geen al te grote beperkingen op bij de totstandkoming van The Juliet Letters?

„Die zijn er naar mijn smaak helemaal niet", zegt hij met grote stelligheid. „Of hoogstens in die zin dat aan alles een beperking kleeft. Je kunt naar de muziek die het Brodsky Quartet en ik hebben gemaakt luisteren met de vraag in het achterhoofd waar de drums en bas blijven, maar dat is een dwaze vraag. Je moet dit op zich bekijken. Songs die zich niet lenen voor stem en strijkers leg ik opzij. Die komen altijd weer van pas als ik met een band speel die meer aan het verwachtingspatroon voldoet. Al kun je zo langzamerhand wel de vraag stellen of ik aan de verwachtingen beantwoord."

„Niets", zo zegt Costello telkens, „of althans weinig is zo mooi als een viool." Hij zegt het opnieuw als we constateren dat er zowel in de rock, de jazz als in klassieke muziek muzikale samenwerkingsverbanden bestaan die lijken te gehoorzamen aan natuurwetten. Het strijkkwartet is de standaardvorm binnen de kamermuziek, de ritmesectie plus tenorsaxofonist zijn gezichtsbepalend voor jazzmuziek en de geijkte band bestaat uit twee gitaren, een bas en drums.

Costello: „Ik heb zelf acht jaar lang met The Attractions als kwartet geopereerd, dus ik weet er van mee te praten. Sommige aspecten van het binnen groepsverband werken komen zelfs aardig overeen. De relaties tussen de instrumenten zijn even afhankelijk in een rockkwartet als bij een strijkkwartet, alleen zijn ze bij strijkers nadrukkelijker bepaald en geraffineerd. Niet in de zin dat het gezamenlijk geluid gepolijster klinkt, maar in de zin dat er sprake is van een traditionele rolverdeling. Het strijkkwartet als muzikale vorm kent een geschiedenis van enkele honderden jaren. De rockband bestaat veertig jaar, jazztrio met tenorsolist iets langer."

„Doordat ik er bij kwam, werd de kwartetvorm feitelijk opgeheven. Door toevoeging van de stem ontstond er iets dat je kunt vergelijken met kwartet plus één, het klassieke strijkkwartet plus een soloinstrument. In het begin van onze samenwerking speelden we zelfs met het idee om er een piano aan toe te voegen, een klarinet misschien of percussie, maar na de eerste repetities bleek dat we zo intiem en tegelijk zo flexibel als maar mogelijk is te werk wilden gaan. Zo'n vorm van samenwerking maakt alleen kans als je het eindresultaat zo menselijk mogelijk houdt en je je aan het werk zet met zo min mogelijk andere problemen aan het hoofd. Wat heb je aan ingehuurde muzikanten? '

REPUTATIE

Als tekstschrijver geniet Costello in de rock-muziek een grote reputatie. Zijn song Shipbuilding (1981/1982) vormde een aangrijpende aanklacht tegen de zinloosheid van de Falklands-oorlog. De liedjes die hij de afgelopen jaren samen met Paul McCartney, zoals Veronica (over een ouder wordende vrouw) schreef behoren tot de beste muzikale columns van deze tijd.

Michael Thomas van het Brodsky Quartet vertelt hoe zeer hij onder de indruk was van de schijnbaar flegmatieke passie van Elvis: „Ik heb niemand beter horen vertellen hoe beperkt taal is en hoe je desondanks met diezelfde woorden emoties kunt oproepen. Hij leerde ons persoonlijke gevoelens zo op te schrijven dat iedere luisteraar de emotie er van proeft, maar niet weet op welke ervaring die gevoelens zijn gebaseerd.

Costello omschrijft zijn functioneren bij The Juliet Letters als 'eindredacteur'. „In het begin was het voor de leden van het kwartet extreem moeilijk om gedachten of gevoelens op papier te krijgen. Ik moest als het ware proberen hun gekriebel te ontcijferen. Omdat we overeen waren gekomen dat onze samenwerking zo compleet mogelijk moest zijn, moest ook iedereen met ideee'n voor teksten op de proppen komen. Mijn job was het persoonlijke gevoelens van de anderen te identificeren als een bruikbaar idee voor een song-tekst en hen tegelijk duidelijk te maken hoe je goede passages en ideeën kunt combineren. Bijna elke passage in de brieven aan Julia, iedere alinea heeft een andere geestelijke vader, of moeder."

„Ik zing hier anders dan in een rockband. Veel minder als concurrent van de andere instrumenten — wat nu juist de charme is van een rockband. In popmuziek gaan instrumenten elkaar te lijf. Je moet knokken om gehoord te worden, vechten voor ruimte in de frequenties van het gehoor. Als zanger moet je dus letterlijk een keel opzetten. In de klassieke muziek bestaat die gedachte nauwelijks.

Op deze plaat hebben we de partijen doelbewust zo uitgeschreven dat we ieder instrument die ruimte konden geven waarvan we vinden dat die verdiend is. In The Juliet Letters maak ik hoofdzakelijk gebruik van de lagere registers van mijn stem. En als ik een keertje zo hoog mogelijk zing, komt dat omdat we dat effect- juist willen bereiken. In een stuk als Jacksons, Monk and Rowe gebruiken we juist een rocksfeertje. In Taking my Life in Your Hands is de zangpartij zo krampachtig dat ik tussen de hoge B en F bijna onderuit ga."

„Maar ook de strijkers worden door de vorm van The Juliet Letters onder druk gezet om anders te presteren. De schakering aan muzikale kleuren, de toegepaste tonaliteit, wijkt hier en daar sterk af van wat The Brodsky's gewoonlijk moeten doen. Ze zijn geen begeleiders geworden van mijn stem, maar moeten ongeacht wat ik doe hun onderlinge muzikale dialoog voortzetten alsof het één groot verhaal is waaraan vijf verschillende vertellen voortbreien. In een lied als The First to Leave hoor je bij voorbeeld eerst hoe het stramien van een gewone song wordt gevolgd en daarna hoe zich in het laatste deel van het stuk een felle strijd tussen de eerste viool en de andere strijkinstrumenten ontwikkelt. En dan moet ik m'n mond houden, want ik heb m'n zegje dan al gedaan."

VEEL GELEERD

Costello omschrijft de ervaring die hij met het Brodsky Quartet heeft gehad als een eye-opener. Voolal als arrangeur heeft hij veel geleerd van de verplichting om zijn muzikale ideeën voor vier instrumenten en vijf 'stemmen' helemaal uit te moeten schrijven. Elvis: „Ten tijde van mijn album Imperial Bedroom (1982) schreef mijn toenmalige pianist Steve Naive de partijen uit, weer later maakte ik film-muziek en werkte ik nauw samen met Vigour Trench aan bladmuziek voor The Pogues of mijn eigen plaat Mighty like a Rose (1991). Met Richard Harvey schreef ik vorig jaar de soundtrack voor de film GBH."

„Muziek noteren kon ik tot voor een jaar terug helemaal niet. Verschillende leden van het Brodsky Quartet maakten gewoon wat notities van de partijen die ik hun voorspeelde. Dat was zó onbevredigend dat ik besloot te leren hoe ik moest noteren op bladmuziek. Als je met musici werkt die gewend zijn van papier te spelen, dan moet je je ideeën helemaal uitschrijven als je een zo groot mogelijke greep wilt hebben op de wijze waarop ze jouw muziek uitvoeren. Pas dan heb je wat over de sound te zeggen, of over de exacte lengte van een noot. Bij een rockband werkt dat heel anders, dan speel je je ideeën voor."

„Omdat deze samenwerking zich razendsnel ontwikkelde, moest ik als een gek studeren om theoretisch bij te houden wat practisch van me werd verlangd. De beloning voor die inspanning was groot: aan het eind 'van het schrijfproces was ik me terdege bewust geraakt van wat je allemaal met een viool kunt zeggen. Zo'n samenwerking met een kwartet kan zich niet uitsluitend in een beleefde sfeer afspelen. Je moet elkaar af en toe flink de waarheid toeschreeuwen. Je moet je respect zelf verdienen, jouw mening tegenover die van een ander.

Je krijgt heftige discussies over de vraag of je binnen het idioom van het strijkkwartet moet blijven, of op andere momenten juist bewust de grenzen er van moet overschrijden. Ook op tekstueel gebied kon ik niet zo maar mijn gang gaan. Als één van de Brodsky's een woord had gekozen om zijn melodische kwaliteit, dan kon ik er niet zo maar iets anders van maken."

En dan is er nog het verschil van oog en oor. Klassici spelen van blad, jazz- en pop-musici op hun gehoor. Costello: „Je hebt beide nodig. Klassieke musici die alleen van papier spelen zijn saai, ontwikkelen zich niet. Je moet ook je oor trainen. Het is waar dat rockmuzikanten alleen maar op hun gehoor gericht zijn. Ik heb ook een oor, maar bij mij is het een hulpmiddel om mijn geheugen te trainen. Ik kan me simpel op mijn auditieve geheugen letterlijk honderden verschillende muzikale passages voor de geest halen. Niet alleen de inmiddels ongeveer 290 songs — daar kwam ik vandaag achter — die ik zelf heb geschreven, maar alle muziek die ik bewust heb beleefd."

CLICHE

„Als je zo'n pakhuis aan ideeën en stemmingen mist, dan ben je veel armoediger dan als je alles van papier moet halen. Zelfs als ik de melodie niet meer op basis van mijn herinnering kan zingen, dan nog heb ik een heel bepaalde smaak in mijn mond, alsof ik weet hoe de melodie ooit proefde. Net zoals je ooit een boek hebt gelezen, het verhaal niet meer kunt samenvatten, maar je wel nog de geest die uit het boek sprak kunt herinneren."

„Voor mij moet muziek niet alleen gortdroog op papier staan, maar zich als het ware ook uit de lucht laten plukken. Wat voor zin heeft het een trilling te bespeuren, zonder haar te kunnen weergeven? Hetzelfde cliché geldt voor rock-'n-roll. Er zijn zo veel mensen die de formule van de rock zo hebben uitgesleten dat die muziek zich ontwikkeld heeft tot de grootste muizeval die ik ken... één groot cliché. Ik hoef geen namen te noemen, maar je weet waar ik het over heb."

Zijn The Juliet Letters nou een eigentijdse compositie, een conceptueel werkstuk zoals sommigen je willen doen geloven? „Welnee", zegt Costello. „Het is wat het is. De neerslag van een bijzondere samenwerking. Als je er niet bij kunt: jammer. Kun je er van genieten: des te beter. Ik weet slechts dat ik niet meer dezelfde zal zijn die ik vóór deze ervaring was. En ja, natuurlijk zal ik nog met een rock-band optreden. '

-
<< >>

Leidsch Dagblad, January 30, 1993


John Oomkes profiles Elvis Costello and The Brodsky Quartet.

Images

clipping
Clipping.


Photo by Amelia Stein.
Photo by Amelia Stein


page 39
Page scan.

-



Back to top

External links