NRC Handelsblad, July 19, 1991

From The Elvis Costello Wiki
Jump to: navigation, search
... Bibliography ...
7475767778798081
8283848586878889
9091929394959697
9899000102030405
0607080910111213
1415161718192021


NRC Handelsblad

Netherlands publications

Newspapers

Magazines

Online publications


European publications

-

Simpeler dan Strawinsky

De bijtende, bitterzoete stem van Elvis Costello

translate
   Pieter Steinz

"What do we care if the world is a joke," zegt popzanger Elvis Costello, die aanstaande maandag optreedt in Rotterdam. Zijn teksten zijn hard en gemeen, zijn muziek is op bijna iedere nieuwe plaat weer anders en zit vol muzikale grapjes. Hij is een cynicus, maar soms kan men geloven dat hij het niet zo slecht voor heeft met de wereld.

In de vijftien jaar dat Elvis Costello zijn geld verdient als popmusicus, heeft hij meer dan tweehonderd liedjes geschreven. Op zijn platen buitelen ze over elkaar heen; de composities zijn compact, het tempo ligt hoog en een totaal van vijftien nummers binnen drie kwartier is geen uitzondering. Een gemiddeld Costello-album kan wel eens een paar missers bevatten, maar een miskoop is het nooit — ook al omdat Costello zich zelden beperkt tot één muzikale stijl. Blues, rock 'n' roll, country, soul, swing: er is nauwelijks een genre uit de geschiedenis van de populaire muziek dat hij niet naar zijn hand heeft gezet. Geen enkele plaat klinkt als de vorige. De enige constante factor is de bijtende, soms bitterzoete stem, die de luisteraar diep raakt; een stem die, om een metafoor van Costello te lenen, vingerafdrukken achterlaat op de verbeelding.

Alleen al als zanger en componist zou Declan MacManus (1954), alias Elvis Costello, zijn uitgegroeid tot een van de belangrijkste popmusici van deze tijd. Maar hij is minstens zo geliefd om zijn vernietigende beeld van het moderne leven in Engeland en Amerika. Costello's teksten, intelligent als die van Cole Porter, John Lennon of Randy Newman, zijn humoristisch, cynisch en geëngageerd; of beter gezegd, ze zijn hard en gemeen. Fragmenten ervan klinken als hedendaagse aforismen en duiken op in het dagelijks spraakgebruik. Iedereen heeft zo zijn favoriete Costello-vers. De een valt op het absurdisme van Good manners and bad breath get you nowhere; de ander op de woordspelige woede van I wish you luck with a capital F; weer een ander op het pure venijn van She said that she was working for the ABC News/ It was as much of the alphabet as she knew how to use. Zelf houd ik het meest van het begin van '(The Angels Wanna Wear My) Red Shoes', niet alleen omdat het zo mooi het wereldbeeld van de cynicus weergeeft, maar vooral omdat je de twee zinnen als het ware al in Delfts blauw boven Costello's schoorsteenmantel ziet hangen:

Oh I used to be disgusted
Now I try to be amused

'(The Angels Wanna Wear My) Red Shoes' is een nummer van de eerste elpee van Elvis Costello, My Aim Is True uit 1977. Opgestoten in de vaart van Punk en New Wave, presenteerde Costello zich als een van de boze jonge mannen van de Britse popmuziek. Net als Johnny Rotten van The Sex Pistols of Joe Strummer van The Clash schreeuwde hij zijn onvrede en frustraties van zich af: niets deugde er van de wereld, en al helemaal niet van het afgestompte en benauwende Engeland. Niettemin werd Costello door critici en collegae van begin af aan gezien als een buitenbeentje binnen de new wave. Zo zag hij er raar uit voor een punkrocker. In plaats van groen haar en veiligheidsspelden droeg hij een onbestemd jaren vijftig kapsel en een zware hoornen bril. Met zijn ouderwetse kleren en zijn springerige motoriek deed hij volgens het blad Rolling Stone het meest denken aan Buddy Holly na een shockbehandeling. Nog minder comme il faudrait was zijn muziek: harde rockers als 'Welcome to the Working Week' of I'm Not Angry' lagen in de lijn van de new wave, maar wat te denken van een bijna romantische ballade als 'Alison'? En wat van de relativerende teksten waarin Costello zichzelf afschilderde als rancuneuze kankeraar en eeuwige mislukkeling?

Al in het begin van zijn carrière was Costello de 'Man Out Of Time' waarover hij in een van zijn liedjes zingt — en hij is dat altijd gebleven. Op bijna iedere nieuwe plaat kwam hij met een ander geluid dan zijn fans van hem verwachtten. Na zijn debuut en een tweede album met ongepolijste rock (This Year's Model, 1978) componeerde hij onder meer een commerciële popplaat, een soulalbum, en zijn meesterwerk Spike (1989), een verzameling liedjes die — net als Sgt Pepper's van The Beatles — het best valt te omschrijven als de soundtrack van een avond in een vooroorlogse Engelse music hall. Costello's onvoorspelbaarheid en experimenteerzucht riepen herinneringen op aan die van Bob Dylan. Mogelijk speelde hij op die parallel zelfs in, want in het begin van de jaren tachtig schokte Costello zijn publiek net als de oude meester met een plaat vol covers van country & westernliedjes. Een commercieel succes was het niet, maar hij bewerkstelligde wel een rehabilitatie van deze door popmusici verguisde muzieksoort.

Als geen ander artiest is Elvis Costello doordrongen van de geschiedenis van de popmuziek. Dat blijkt al uit de artiestennaam die hij uitkoos toen hij nog als Declan Patrick MacManus met een gitaar de pubs van Londen afging. Het clownesk klinkende Costello was de meisjesnaam van zijn overgrootmoeder, maar de voornaam Elvis was bijna een manifest: in één beweging ironiseerde hij zijn pretenties als popster én bewees hij eer aan de belangrijkste rocker aller tijden. Toen Presley een maand na het uitkomen van My Aim Is True overleed, leek het alsof een nieuwe Elvis de fakkel van hem had overgenomen. Op King of America (1985), een van zijn sterkste albums, zou Elvis Costello zelfs samenwerken met de vroegere begeleidingsband van de koning van de rock 'n' roll.

Costello's muziekhistorisch bewustzijn komt voortdurend in zijn werk naar voren. Niet alleen experimenteert hij met alle mogelijke stijlen, van rockabilly tot ska; maar ook zitten zijn liedjes vol met muzikale verwijzingen naar artiesten en groepen uit het verleden. Bijna alle grootheden uit de pophistorie maken op de platen van Costello hun opwachting. Elvis Presley wordt geëerd met 'Mystery Dance', een creatieve bewerking van 'Jailhouse Rock'; Dylan met 'Pump It Up', dat zowel in tekst als muziek een pastiche is van het beroemde 'Subterranean Homesick Blues'. Gitaarloopjes van Chuck Berry en de Rolling Stones duiken op onverwachte plaatsen op, en thema's van de Beatles — Costello's grootste favorieten — zijn onder meer te horen in 'Party Girl' ('You Never Give Me My Money') en 'The Invisible Man' (het in dit geval zeer toepasselijke 'You Won't See Me'!). Ook artiesten waar Costello weinig affiniteit mee heeft, worden geciteerd — met een knipoog, maar toch. Zo is het poppy riedeltje in 'Oliver's Army', Costello's enige single-hit, rechtstreeks terug te voeren op het plonkende pianootje uit Abba's 'Dancing Queen'. En in het begin van 'The Beat', een pandemonium van gefrustreerde tieners met vakantie, herkennen we — hoe geniepig — de eerste regel van Cliff Richards brave 'Summer Holiday'.

Costello is de koning van het citaat. Zijn oeuvre is een goudmijn voor postmoderne muziekwetenschappers op zoek naar 'intertekstualiteit'. Hij geeft lessen in geschiedenis, zonder dat zijn citeerzucht ergens een maniertje wordt. En net als zijn grote voorbeeld Paul McCartney (met wie hij de laatste jaren veel samenwerkt) wil hij door het gebruik van elementen uit de swing, de klassieke muziek en de music hall duidelijk maken dat de popmuziek verder teruggaat dan 1953, het geboortejaar van de rock 'n' roll. Slechts één periode uit de popgeschiedenis is nauwelijks op zijn platen terug te vinden: de eerste helft van de jaren zeventig. Het was de tijd dat Costello nog werkte als computerprogrammeur, en overgeproduceerde popgroepen als Yes, Genesis en Emerson Lake & Palmer de hitparade beheersten. Punk en New Wave reageerden op deze zogeheten pomp rock met snelle rocknummers waarbij eenvoud en eerlijkheid zwaarder telden dan technisch vernuft; Costello sloot zich daarbij aan, en maakte vervolgens aan de pompeuze pop uit de jaren zeventig geen noot meer vuil.

De vele stijlwisselingen en muzikale grapjes maken dat de liedjes van Elvis Costello niet meteen makkelijk in het gehoor liggen. Vooral zijn laatste cd's, Spike en Mighty Like A Rose, zitten complex in elkaar en kunnen niet te vaak beluisterd worden. Costello is overigens de eerste om dit te relativeren. In interviews benadrukt hij dat zijn platen in vergelijking met house of andere dansmuziek ingewikkeld mogen klinken, maar dat ze tegen de composities van bijvoorbeeld Strawinsky toch simpel afsteken. Ook Costello's veelgeprezen teksten bezitten, zegt hij, heel wat minder diepgang en engagement dan die van Samuel Beckett.

Dat laatste mag waar zijn, maar Beckett is een hoge standaard. De teksten van Costello behoren in elk geval tot de beste uit de popmuziek. Ze zijn ontroerend, kenmerken zich door trefzekere beelden, en worden zelden clichématig of sentimenteel. Daarbij bedient Costello zich zeer effectief van verteltechnieken die bekend zijn uit de literatuur. In het prachtige, met een snik in de stem gezongen 'Beyond Belief bijvoorbeeld, verenigt hij de streams of consciousness van verschillende personages; hun gedachten en frustraties werken het thema van het liedje uit: ' history repeats the old conceits/ the glib replies, the same defeats '. En minstens zo doordacht is het veelvuldige gebruik dat Costello, in navolging van schrijvers als Faulkner en James, maakt van onbetrouwbare vertellers — ik-figuren met een gestoorde geest of bedenkelijke motieven die proberen de luisteraar een rad voor ogen te draaien. In de wereld van Costello is niemand te vertrouwen; niet de in jaloezie stikkende minnaar uit 'The Imposter', niet de gefrustreerde fascist uit 'Stalin Malone', en zeker niet de hoofdpersoon van 'Human Hands' die zijn verhaal begint met de gedenkwaardige regels ' I've been talking to the wall/ and it's been answering back '. Costello's liedjes zijn momentopnamen van hopeloos vergooide levens. 'I got this camera click-click-clicking in my head ' zingt hij ergens, en de foto's die hij neemt tonen hoe moeilijk het is om gelukkig te worden in een wereld die draait om hypocrisie en materialisme. Klik — daar wordt een man bedrogen door zijn beste vriend. Klik — daar gaat een fotomodel kapot aan het snelle leven. Klik — daar wordt een stumper vermorzeld door de bureaucratie. Costello registreert, en onthoudt zich van commentaar; de vertwijfeling van zijn personages zegt genoeg. Films, reclames, luxebladen en televisieseries spiegelen hun het paradijs voor, maar o wat valt de werkelijkheid tegen. Klagend richten zij zich tot de luisteraar. 'They told me everything was guaranteed/ Somebody somewhere must have lied to me ' jammert de ik-figuur in 'Pay It Back'; om te vervolgen:

And then they told me I could be somebody
If I didn't let too much get in my way
And I tried so hard to be myself
But I keep on fading away


Elvis Costello is een scherp observator; vanachter zijn imposante bril loert en gluurt en spiedt hij om zich heen. De wereld is woest en leeg, en liefde noch geld kunnen haar redden. Het beste is om geamuseerd toe te kijken; in Costello's woorden: 'What do we care if the world is a joke' . Een zwarte gedachte, maar overtuigend beargumenteerd; het is dan ook niet verwonderlijk dat Brett Easton Ellis zijn nihilistische Californië-roman Less Than Zero vernoemde naar een nummer van Costello.

Costello ziet de wereld als een wrange grap, en de humor die daaruit voortvloeit maakt zijn platen verteerbaar. Zoals alle Costello-fans kan ik lachen om zijn harde zedenschetsen, maar dat neemt niet weg dat ik er ook door ontroerd word. Een goed voorbeeld is 'The Long Honeymoon', een intrieste ballade die te vinden is op Imperial Bedroom (1982). Het verhaaltje is eenvoudig, bijna banaal: een jonge moeder wacht op de thuiskomst van haar echtgenoot, en begint zich te realiseren dat hij haar ontrouw is. Vier korte coupletten zijn genoeg om intens medelijden met de vrouw te krijgen. Ze is ongerust en bang, en haar eenzaamheid wordt benadrukt in het refrein:

Who can she turn to
When the chance of coincidence is slim
As the baby isn't old enough to speak?

Radeloos belt de vrouw om de vijf minuten haar beste vriendin. Als die niet opneemt, dringt tot haar door wat wij tussen de regels al hebben begrepen. Maar hoe zekerder ze weet dat haar man haar bedriegt met haar vriendin, hoe meer ze beseft dat ze teveel van hem houdt om bij hem weg te lopen. De begeleidende muziek is simpel en droevig. Een accordeon zet in en weeklaagt zachtjes, de gitaar is ingetogen, een melancholieke piano klinkt op de achtergrond. 'The Long Honeymoon' is Elvis Costello zoals ik hem het liefst hoor: geserreerd, breekbaar en vol compassie. Het zijn de momenten waarop ik éven zeker weet dat hij het zo kwaad nog niet meent.

'De vroege albums van Elvis Costello zijn verschenen op kleine platenlabels als Stiff, Radar en F-Beat; Spike (1989) en Mighty Like A Rose (1991) bij Warner Bros.

Aanstaande maandag 22 juli geeft Elvis Costello met zijn nieuwe begeleidingsgroep The Rude 5 een concert in de Rotterdamse Doelen.

-
<< >>

NRC Handelsblad, July 19, 1991


Pieter Steinz profiles Elvis Costello and The Rude 5, ahead of their concert Monday, July 22, 1991, De Doelen, Rotterdam, Netherlands.

Images

clipping
Clipping.


Photo by Lex van Rossen.
Photo by Lex van Rossen


page
Page scan.

-



Back to top

External links