Oor, July 14, 1984

From The Elvis Costello Wiki
Jump to: navigation, search
... Bibliography ...
7475761977787980
8182838485868788
8990919293949596
9798990001020304
0506070809101112
1314151617181920


Oor

Netherlands publications

Newspapers

Magazines

Online publications


European publications

-

Zanger, liedjesschrijver, fan, Costello


translate
   Herman van der Horst

"Ik ben gek op regels die een glimlach oproepen"

Elvis Costello is nog steeds een van de meest oorspronkelijke sleutelfiguren in de popmuziek van vandaag. Zijn liedjes mogen dan minder vaak door anderen gezongen worden dan hij zou wensen, ze liggen er klaar voor. Stapelshoog. Humor is het aangezicht van triestheid. De lijn Frank Sinatra, James Thurber, Charlie Rich, "Dark End Of The Street"...

De zanger/woordkunstenaar blijkt een stuk minder problematisch dan ik me had voorgesteld. Hij heeft zijn houding ten opzichte van de medemens in het algemeen, maar journalisten in het bijzonder, duidelijk gewijzigd. "Geloof je in het bovennatuurlijke?" vroeg iemand hem eens. Waarop Costello repliceerde: "Ehh.. ik heb Al Green een keer gezien. Dat kwam aardig dicht in de buurt."


Page 23 transcription needed...
1984-07-14 Oor pages 22-23.jpg




den. Allemaal elementen die in de reclame zijn geworteld. Een videoclip is eigenlijk niets meer dan een lange advertentie voor een song. Toch is het om de een of andere reden acceptabel dat er fantasieën in zitten die zelfs in commercials volstrekt onacceptabel zouden zijn. Ik denk dat de video-vorm een eigen soort zelf-censuur zou moeten ontwikkelen. Ik bedoel, er zou eens wat vooruitgang moeten komen; het is 1984, niet 1954. De meeste video's zijn echt antiek.

Ervaar je de druk om video's te maken? Geen video geen single?

Dat niet. Wel heb je — in Engeland ten minste — die hinderlijke druk om overal een 12-inch versie van uit te brengen. Zelfs al past de song totaal niet in een langere mix. Bepaalde songs zijn natuurlijk ideaal om via een 12-inch uit te mixen; sommige songs echter kunnen gewoon niet uitgerekt worden. Maar je zult en moet met een 12-inch komen. Zo niet, dan snijd je jezelf in de vingers, omdat je dan die hele single wel kunt vergeten.

Niet zolang geleden verklaarde je nog dat je jezelf niet zou kunnen zien acteren. "De camera houdt niet van me," zei je. Momenteel figureer je in de Britse tv-serie Scully die iedere maandagavond via Channel 4 wordt uitgezonden.

Mijn houding ten opzichte van acteren was altijd: ik zou het nooit doen, wanneer ik het ook niet echt goed kon. Ik wilde niet teren op mijn reputatie als bekende zanger, die alleen daarom verondersteld wordt ook wel te kunnen acteren. Ik ben erin gerold omdat de auteur Alan Bleasdale (tevens van Boys From The Black Stuff) een vriend van me is en mij ervan overtuigd heeft dat ik het kon. Toen zei ik: "Nou ja, het is jouw stuk." Ik speel een heel kleine rol; een echte acteur zou zoiets onbeduidends niet eens ter sprake brengen. Ik verschijn slechts in drie van de zeven afleveringen en spreek bij elkaar één zin. Het gaat over een jongen die ervan droomt om voetballer te worden en over nog veel meer dingen: opgroeien. Ik speel zijn oudere broer, iemand die niet veel zegt. Het is buitengewoon grappig en tegelijk nogal triest. Net als The Boys From The Black Stuff speelt het in Liverpool en ook de hoofdpersonen komen uit hetzelfde milieu. Ze zijn alleen een stuk jonger, staan op het punt de school te verlaten en het ligt voor de hand dat ook zij werkloos zullen worden.

Daarnaast speel ik 15 seconden in een aflevering van een komedie; een parodie op een detective-serie. De schrijver vond het grappig om mij, als muzikant, een agent (voor artiesten) te laten spelen.


Naast mensen als Paul Weller, Jagger en Richard en Ray Davies werkt Costello aan de muziek voor de vijf miljoen pond kostende filmmusical Absolute Beginners, naar het boek van Colin Maclnnes en onder regie van Julian Temple (bekend van de Sex Pistols-film The Great Rock & Roll Swindle). Een dag tevoren had Costello een eerste ontmoeting met de befaamde 72-jarige arrangeur Gil Evans, mede bekend dank zij zijn samenwerkingsverband met Miles Davis. "We hebben alleen de backing tracks voor mijn song gedaan en ik heb de vocalen ingezongen, zodat de acteur die die rol zal spelen die partij kan leren. Ik hoop dat ik bij Gil Evans in de buurt kan blijven, want het lijkt me fascinerend te zien in wat voor arrangement hij het zal gieten. In het boek draait het allemaal om jazz, daarom gebruiken zc veel originele muziek. Daarnaast hebben ze moderne schrijvers nieuwe songs laten schrijven om het wat meer up to date te maken. Zo proberen ze de nostalgie te omzeilen."


Goodbye Cruel World klinkt in tegenstelling tot de voorganger Punch The Clock niet als een typische Langer/Winstanley-produktie.

Dat heeft te maken met de snelheid waarmee het opgenomen was. We moesten volledig vertrouwen op de performances, in plaats van op de constructie van het geluid. Clive en Alan werken erg methodisch, angstvallig nauwgezet als in een laboratorium. De wijze waarop ze de instrumentaties laag voor laag opbouwen, bijvoorbeeld. Dit album echter is in drie weken opgenomen, dus hadden ze geen tijd voor die benadering. lk wilde toch hen gebruiken omdat Alan een excellente engineer is, die heel snel kan werken, ofschoon hij liever veel meer tijd neemt dan werkelijk nodig is. Clive is iemand op wiens oordeel ik blind vertrouw. Wanneer ik de zaken weer eens te gecompliceerd maak, trekt hij me eruit. Een nieuwe benadering was zowel voor hen als voor mij noodzakelijk. Ik wil een nieuwe benadering voor iedere plaat die ik maak.

De teksten lijken ditmaal aan duidelijkheid te winnen. Er zijn minder woordspelingen, minder "verbal gymnastics."

Die woordspelingen werden soms een beetje irritant. Sommige regels: "...a wave of her hand could be zo tidal..." stond zomaar ergens op Armed Forces. Vreselijke woordspeling. Na een tijdje werd het een gewoonte van me. Nu probeer ik de teksten wat te verfijnen, zodat het minder lijkt alsof het om de woordspeling zelf gaat en meer om de betekenis. Zolang het ergens op slaat, vind ik het zinvol.

Met "Sour Milk Cow Blues" heb ik geprobeerd een parallel te trekken: 30 jaar geleden had je een "Milk Cow Blues" en die is nu dus zuur geworden.

"Joe Porterhouse" is een denkbeeldige naam. Porterhouse is ook een soort biefstuk. Het punt was dat ik een naam wilde die heel sterk was, een gespierde naam, iets dat met vlees te maken had. Die song is een beschrijving van het verlies van een heel sterke persoon. Het is gewoon een beeld van kracht. Een motief heb ik altijd nodig. Ik kan niet zonder aanleiding gaan zitten en een song schrijven. Natuurlijk is er een soort vakmatigheid, een techniek die je kunt gebruiken. Zo gauw je het motief hebt om een song te schrijven kun je wat techniek aanwenden om de song beter en attractiever voor het publiek te maken. Nee, een routine of een formule heb ik niet. Ik wou dat ik er een had.

Wie is "The Great Unknown"?

Dat gaat over songs die tot de laagste gemene deler behoren. Het soort liedjes die mensen altijd beginnen te zingen wanneer ze dronken zijn. Liedjes die je door het eindeloos horen zo intens haat dat het is alsof ze een tastbaar persoon zijn geworden, die je wel zou willen ombrengen. Daarom koos ik als voorbeelden "Danny Boy" en "Delilah," omdat het persoonsnamen zijn. Het is gewoon een komische song. In de meeste songs zit veel humor, hoewel die meestal nogal grimmig is. Humor is het aangezicht van triestheid. Maar ik ben nu eenmaal gek op regels die een glimlach oproepen.

"The Comedians"?

Een komediant is iemand die fake is en zelf denkt dat hij echt geweldig is. Die song ridiculiseert iemand die vol zit met onbelangrijkheid. Het refereert aan een specifiek incident, dat heeft te maken met oneerlijke vriendschappen die worden gesloten onder de invloed van drugs. Het is geen anti-drug song. Het becommentarieert de onwerkelijke aard van een samenleving die altijd ondermijnd wordt door het gevoel dat de andere persoon niet is zoals hij lijkt. Het is allemaal onecht. In het bijzonder met cocaïne. Die mensen lijken heel respectabel en sophisticated, maar van binnen zijn ze een en al verwarring. In dat soort sociale (coke-) kringen lopen ze allemaal rond met hartklachten. Het is letterlijk een probleem van het hart, want ze lopen de hele tijd rond met al die wilde ideeën over de wereld in hun hoofd, maar in hun hart hebben ze niets.

In "Peace In Our Time" voer je na "Pills And Soap" voor de tweede maal The Imposter op, is dat je alter ego?

Ik wilde duidelijk maken dat ik die songs in eigen hand had en dat het geen releases van de platenmaatschappij waren. Ze vallen niet onder mijn contract met RCA, daarom gaf ik ze een andere identiteit. Het oorspronkelijke idee erachter was dat het uiterst persoonlijke statements zijn.

Je schreef "Peace In Our Time" naar aanleiding van de Amerikaanse wapen-installaties in Europa.

‘Het combineert wat gedachten daarover. Ik schreef het vorig jaar onderweg naar Parijs, op een parkeerplaats van een Belgisch wegrestaurant. Natuurlijk ervaar ik die installaties als een bedreiging, omdat ik in Engeland woon. Uiteindelijk zijn het de Amerikanen die ons zo kwetsbaar maken. Zij maken ons tot een doelwit, omdat toch alles toegespitst wordt op Europa. Zij bedreigen ons. Kijk, het is natuurlijk wel zo dat over zo’n onderwerp maar een beperkte hoeveelheid songs geschreven kunnen worden. Het schrijven van politieke songs brengt een hoop dilemma’s met zich mee. Het kan je ook heel snel enorm beperken.‘

Verzamel je nog steeds platen?

'Oh ja, ladingen. Soms heb ik het idee dat ik in m'n eentje de hele industrie draaiende hou. Wanneer ik niet naar muziek van anderen zou luisteren, zou ik er ook nooit iets nieuws bij leren. Ik put enorme kracht uit andere muziek. Het kan ontroerend zijn, of sensueel, of politiek, soms kan ik zelfs naar slechte muziek luisteren, puur vanuit een nostalgisch oogpunt. Ik zie er geen enkele contradictie in: tussen muziek-fan zijn en artiest-zijn. Het is essentieel fan te zijn. Niet veel muziktanten zijn het. Die liggen zo met zichzelf in de knoop dat ze niets om andere muziek geven, er de waarde niet van inzien. Ik behoor niet tot het soort verzamelaars dat alles compleet wil hebben. Ik koop gewoon de platen die ik wil hebben. Een aanhoudende drang om steeds iets nieuws te ontdekken. Recentelijk vond ik plotseling platen waar ik al heel lang naar zocht: The Uniques en Aaron Neville. Ik heb een recente plaat van The Black Sails uit Australië, de groep van Jo Jo Zep (& The Falcons) waarop veel goede covers staan, waaronder Young Boy Blues van Ben E. King. Daarop ben ik onmiddellijk in Kings repertoire gedoken.

‘Waarom zou ik me kwaad maken om de stupide kapsels van de Thompson Twins of om Duran Duran, wanneer ik ook naar die andere dingen kan luisteren – of naar X, een goeie groep. Waarom jezelf kwaad maken over iets inhoudsloos en onbetekends. Soms laat ik me heel bewust beïnvloeden door veel dingen. Alleen weet ik dat ik het op zo’n wijze kan interpreteren dat niemand het herkent. I Wanna Be Loved vond ik op een compilatie-album van het Hi-label; The Teachers Edition geproduceerd door Will Mitchell. Voor wat het arrangement betreft had ik echter meer Teddy Pendergrass of een O’Jay-achtige soulballad in m’n hoofd. Je zou stomverbaasd staan wanneer ik je zou vertellen welke recente artiesten voor sommige van m’n eerdere albums de originele inspiratie vormden. Nee, ik zeg niet welke dat zijn.

‘Soms schrijf ik een song voor iemand in gedachten. Zoals Just A Memory (staat op de compilatie Taking Liberties), dat was geschreven voor Dusty Springfield. Niet officieel, maar in mijn fantasie. Uiteindelijk heft ze het wel opgenomen, door stom toeval. Ten tijde van Imperial Bedroom heb ik een paar songs voor het solo-album van Frieda (Abba) geschreven, maar die zijn nooit gebruikt. Eerlijk gezegd vind ik dat er wel meer songs van mij gecoverd zouden mogen worden. Ik schrijf voor iedereen. Die song Almost Blue schreef ik opzettelijk in een Chet Baker-stijl, een van m’n favorieten. Ik heb altijd gehoopt dat iemand als Frank Sinatra of Ella Fitzgerald het zou opnemen. Ik bedoel, nu kan het nog... Een van m’n favoriete albums is Only The Lonely van Sinatra, omdat het allemaal zulke intens Trieste songs zijn.’

Je hebt het altijd als een uitdaging beschouwd om ongebruikelijk grimmige of gecompliceerde dingen te zeggen binnen de context van een pop-song. Joe Jackson verklaarde niet lang geleden zijn verhalen niet langer binnen de pop-context kwijt te kunnen en naar zijn zeggen de limiet van de popsong bereikt te hebben, daarbij tevens voorzichtig refererend naar Costello.

‘Nou ja, Joe Jackson probeert een jazz-zanger te zijn. Ik niet. Dat is het verschil. Sorry hoor, maar ik ben het niet met hem eens. Alles is een popsong! En wat ook waar is: alles is funk-muziek! Louis Armstrong zei: ‘Je zag nog nooit een paard muziek maken.’ En zo zie ik het ook. Het is allemaal funk-muziek. En om dan te zeggen: dit is de limiet van popsongs, dat is nou echt arrogant. Tot dusver heb ik geen enkele behoefte gevoeld om gebruik te maken van die pompeuze zeven-minuten vorm. Kijk, wanneer hij dingen blijft doen die echt goed zijn, dan heeft hij gelijk bewezen. Wanneer hij voelt dat hij niet de techniek heeft om de dingen te schrijven die hij wil in een drie minuten-song, dan moet hij die vorm achter zich laten. Voor mij is het nog steeds bruikbaar.’

In The Deportees Club lijk je je zelfs echt kwaad te maken in drie minuten.

‘Nee, ik was niet kwaad. Ik was gewoon dronken van opwinding. De song is gebaseerd op een kort verhaal dat ik schreef. Op een dag zag ik een kleine club in Philadelphia genaamd The Deportees Club. Ik kwam erlangs in een bus. Onmiddellijk kreeg ik die fantasie: wat kon dit zijn? Het was zo’n vreemde naam. Is dit een club voor mensen die gedeporteerd zijn? Toen schreef ik daar een verhaal over. Ik situeerde die club in de haven waar de boten met Europese immigranten binnenkwamen. Wanneer die immigranten de boot afstapen – vol verwachtingen van het beloofde land en de brave new world – lopen ze regelrecht naar die plek genaamd The Deportees Club, waar alle dranken uit hun thuis-landen geserveerd worden. Ze spenderen er al hun geld, omdat ze zo verrukt zijn in dit nieuwe land iets uit hun eigen land aan te treffen. Goed, en wanneer ze dan al hun geld verloren hebben, worden ze onmiddelllijk weer op de boot gezet en naar hius gestuurd.’ Het is een metafoor? ‘Ja, voor Amerika. Dat zit in het laatste vers. Ik zeg: In America the law is a piece of ass. Het enige wat schijnt te tellen is: Morgan Fairchild, Tom Sellack, Joan Collins… alles waar ze aan lijken te werken is hoe goed ze eruit zien. Het is geen anti-Amerikaanse song. Het gaat over een element van de Amerikaanse maatschappij: de triviale junk, die ons overspoelt. En waar bovendien door zg. ‘serieuze’ mensen hoog over opgegeven wordt. Uiteindelijk lijken we allemaal Amerikaanse burgers te worden.’

Je wilt dus korte verhalen gaan schrijven.

‘Nou, vind je niet dat ik voldoende korte verhalen heb geschreven (lacht). Het soort teksten dat ik schrijf probeer ik ook steeds meer als korte verhalen te construeren. Soms zijn mijn verhaaltjes behoorlijk gecompliceerd, maar ik hou ervan om mensen nieuwsgierig te maken. Ja, het is dus waarschijnlijk dat ik korte verhalen zal publiceren. Ik ben een hele grote fan van James Thurber. Ik zal me een pseudoniem aanmeten, want ik wil niet proberen mijn naam als muzikant voor zoiets te gebruiken. Trouwens, wanneer ik dat wel zou doen, zou niemand me serieus nemen, daar ben ik van overtuigd.’

Voor eenieder die Costello gevolgd heeft zal het duidelijk zijn dat hij op een gegeven moment zijn houding drastisch omgegooid heeft. Zijn andere benadering komt zowel tot uiting op het podium als in de songs. Op het podium hebben de krampachtige en wat geforceerde uitspattingen plaats gemaakt voor een iets opluchtender en ontspannen benadering, wat met name de zang ten goede is gekomen. Tijdens de Imperial Bedroom-tour zien we hem zelfs al en toe grapjes maken met het publiek, tot dan een ongekende situatie. Voor wat de songs betreft kan hij nog altijd regelmatig zeer verbeten uitpakken en zijn pen in vergif dopen. Tegelijk is de toon echter even zo vaak wat milder en sympathiserend met zijn onderwep. De ommezwaai valt nog het best te illustreren aan de hand van die zeer beroemde en veelgeciteerde quote uit ’77, waarin hij zegt geen andere menselijke gevoelens te kennen dan wraak en schuld.

‘Ik geloof dat ik dat meer zei voor het effect. Af en toe wat olie op het vuur gooien kan geen kwaad. In het begin zei ik wel meer dingen waarvan ik dacht dat ze wel een goede impact zoude hebben. Je kunt dat tot een bepaald punt volhouden en dat wordt het pathetisch. Op het podium heb ik aan zelfvertrouwen gewonnen. Ik heb nu een grotere diversiteit in stiljen en in dynamiek, die ik met de oude toon onmogelijk had kunnen bereiken. We verwijderden ons van die non-stop agressieve houding en begonnen meer en meer ballads te spellen. We deden ze allemaal op een rij hè, echt om de tolerantie van het publiek te testen. Op dit moment kunnen we veel makkelijker switchen van The Only Flame – dat we als een ballade spelen, naar Clubland, oorspronkelijk een lichte popsong, dat nu is uitgegroeid tot een Monster.




Remaining text and scanner-error corrections to come...

-
<< >>

OOR, July 14, 1984


Herman van der Horst interviews Elvis Costello.

Images

pages 22-23
Page scans.


24-25


26-27
Page scans.


Photo by Kees Tabak.
photo by Kees Tabak



1980 photo by Anton Corbijn.
photo by Anton Corbijn


Photo by Kees Tabak.
photo by Kees Tabak


Cover and contents page.
cover contents

-



Back to top

External links