Popstukken, November 1999

From The Elvis Costello Wiki
Revision as of 16:21, 29 August 2014 by Nick Ratcliffe (Talk | contribs) (create page for Popstukken interview and review of Concert 1999-11-13 Blackpool)

(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Jump to: navigation, search
... Bibliography ...
7475767778798081
8283848586878889
9091929394959697
9899000102030405
0607080910111213
1415161718192021


Popstukken

Newspapers
-

ELVIS COSTELLO - ANDERE TIJDEN


Geert Henderickx

Elvis has left the building. Maar anders dan eertijds de koning van de rock ’n’ roll stapt hij niet rechtstreeks vanaf de bühne in een limousine om zich terug naar het hotel te laten vervoeren. Nee, Costello ontvangt amper een kwartiertje na afloop van zijn optreden in het Opera House van Blackpool voor de artiesteningang enkele tientallen aanhangers van het eerste uur. Minzaam keuvelend deelt hij handtekeningen uit en de vrouwelijke fans mogen zelfs een zoen van hem stelen. Every inch a gentleman en met zijn antracietkleurige winterjas, zwarte hoed en fleurige zijden shawl oogt hij ook als zodanig, die eeuwige stoppelbaard van hem even daargelaten. Ziedaar de angry young man van de Britse new wave twintig jaar na dato.

Wie de jeugd heeft, zo heet het, die heeft de toekomst. Aldus beschouwd staan de zaken er voor Elvis Costello niet al te florissant voor. Jonge aanwas kent hij immers nauwelijks, te oordelen althans naar de bezoekers van zijn concerten, waar bovendien alleen bij het oudere werk een herkenningsapplaus opklinkt. Zo is het tenminste in Nederland, want hier in Blackpool blijkt hij zelfs bij de obscuurdere nummers op publieksparticipatie te kunnen rekenen. Daarbij wordt er luidkeels en vrolijk gereageerd op zijn opmerkingen en anekdotes, die hij tussen de bedrijven door met onderkoelde humor uitserveert. Met voortdurend in- en uitlopende mensen hangt er sowieso een opmerkelijk informele sfeer in de voor driekwart gevulde zaal. Wanneer iemand op de voorste rij zich midden in een beladen liedje even moet verontschuldigen, zegt de zanger op het podium hem onder algemene hilariteit met een galante buiging gedag.

De pakweg duizend aanwezigen in het Opera House, een verkleinde en vervallen versie van ons eigen Theater Carré, zien er trouwens allesbehalve uit als doorgewinterde popliefhebbers. Er lijkt eerder sprake van een gezellig avondje uit voor echtparen uit de arbeidersklasse, die voor de kaartjes à raison van twintig pond flink in de beurs hebben moeten tasten. Ze willen in ieder geval waar voor hun geld en krijgen dat ook dubbel en dwars. Begeleid door zijn vaste toetsenist Steve ‘Maestro’ Nieve gaat Costello na de reguliere speeltijd van vijf kwartier met zichtbaar genoegen nog eens zo lang door. Met de microfoon al uitgeschakeld, brengt hij ten slotte voor een muisstil gehoor bij wijze van dagsluiting als extra toegift Couldn’t Call It Unexpected No. 4, dat ‘gebed van een agnosticus’ van zijn gesjeesde meesterwerk Mighty Like A Rose, waarvan de laatste woorden luiden: I can’t believe I’ll never believe in anything again. Want wat anders dan hoop doet ons allemaal leven?


De onappetijtelijke lucht van fish and chips walmt uit de vele familierestaurants aan de pier van Blackpool, die bij donker op feestelijke wijze verlicht wordt als ware het Las Vegas. Met een uitkijktoren, achtbaan en reuzenrad voor de jongsten en speelhallen, kroegen en discotheken voor de ouderen geldt deze kleine stad aan de Ierse zee onder modale Britten sinds jaar en dag als een vakantieparadijs. Niet voor niets wemelt het zelfs medio november op de ellenlange promenade nog van de toeristen, die zich ’s avonds in de music pubs al drinkend en dansend te pletter zullen amuseren.

“Geloof het of niet, maar ik heb als Elvis Costello nog nooit eerder in Blackpool opgetreden,” steekt Declan MacManus die zaterdagmiddag van wal. ‘Wel mocht ik op mijn zestiende hier een keer meespelen met het orkest van Joe Loss, waarin mijn vader als zanger de kost verdiende. Het was in de Central Club, een naam die ik mijn leven lang niet zal vergeten. Een paar minuten voor het doek opging, vroeg ik de toetsenist om een noot, zodat ik mijn gitaar kon stemmen. Terwijl hij het elektronische orgel inschakelde, sloeg hij een 'e' aan, zonder er bij stil te staan dat het ding eerst nog even moest warmdraaien. Zodoende kreeg ik maar een halve toon, waardoor ik veel te laag kwam te zitten. Er bleef mij niets anders over dan de volumeknop op nul te draaien en de hele avond te playbacken. Een goede voorbereiding op de toekomst, zo bleek later toen ik in Top Of The Pops mijn kunstje moest komen vertonen.”

In huize MacManus draaide schijnbaar alles om muziek. De meest uiteenlopende genres werden er beluisterd, variërend van Johann Sebastian Bach via Thelonious Monk tot aan Grateful Dead toe. Moeder was amateurzangeres en een frequent bezoekster van klassieke concerten. Vader ambieerde eigenlijk een carrière als jazztrompettist, maar om zijn gezin te kunnen onderhouden, had hij tegen wil en dank voor de amusementswereld gekozen. “Dat het artiestenbestaan eerder gepaard ging met bloed, zweet en tranen dan met glitter en glamour, wist ik dus al van jongs af aan,” vertelt de zoon, nu inmiddels halverwege de veertig. “Aanvankelijk was ik er dan ook helemaal niet zo op gebrand om in de voetsporen van mijn pa te treden. Daarbij stond ik tamelijk sceptisch tegenover de commerciële exploitatie van muziek, want ik hield me er van meet af aan zo intensief mee bezig dat ik er haast devoot tegenaan keek. Los daarvan betwijfelde ik of er voor het soort liedjes dat ik schreef wel een publiek bestond.”

Na de middelbare school volgde Costello een computercursus om vervolgens een administratief baantje bij een bank te zoeken. Toen hij zich begin jaren zeventig van Liverpool naar Londen liet overplaatsen, belandde hij op een klein filiaal waar de automatisering nog in het verschiet lag. “Op zekere dag wilden ze me inzetten bij het geldtransport. Ik moest met een fluitje in mijn mond op de uitkijk gaan staan of er geen overvallers aankwamen, maar dat leek me toch een beetje al te link. Kort daarop vond ik werk bij een cosmeticafabriek. Aangezien ik daar als enige met computers kon omgaan, genoot ik er behoorlijk wat aanzien, In mijn witte stofjas liep ik er rond als een of andere wetenschapper. Wisten zij veel dat ik alle tijd van de wereld overhield om liedjes te schrijven. Voor het opnemen van mijn eerste plaat, dat al met al verspreid over zes maanden zo’n twee weken duurde, heb ik me brutaalweg ziek gemeld.”

Met een vrouw en kind thuis piekerde Costello er aanvankelijk niet over om zijn luizenbaantje op te zeggen. Per slot van rekening had het hem een jaar of vier gekost om aan de bak te komen. Bovendien opereerde hij vanuit de periferrie, want hij stond onder contract bij “een door een stel excentriekelingen bestierd label voor tegendraadse artiesten”. Twee hitsingles en een jubelend ontvangen debuutalbum deden hem uiteindelijk van gedachten veranderen. “Eerlijk gezegd werd ik feitelijk voor het blok gezet door de platenfirma, die voor de hele stal een grootscheepse tournee had georganiseerd. Diep in mijn hart koesterde ik in die begindagen niet de minste illusie over een langlopende carrière. Goed beschouwd ben ik niet in het diepe gesprongen, ze hebben me er gewoon ingeduwd.”


Sex and drugs and rock and roll is all my brain and body need, zong Ian Dury met de tong in een wang. Of om met Elvis Costello op het hyperenergieke This Year’s Model te sneren: Pump it up! – when you do you can feel it. Pump it up! – when you don’t really need it. “Met dat nummer stak ik de hand in eigen boezem, iets wat trouwens gold voor een groot gedeelte van dat tweede album,” onthult hij nu. “Het was een indirecte vorm van zelfkritiek. Ik verwierp op woedende toon alle verleidingen die ik niet kon weerstaan. Halverwege de twintig gaf ik me over aan bijna alles waar ik me eigenlijk verre van wilde houden, waarbij ik mijn gezin ernstig verwaarloosde met alle pijnlijke en complexe gevolgen vandien. En dat allemaal niet in de laatste plaats omwille van de muziek. Want volop drank en drugs nemen of je gevoelsleven moedwillig in het honderd laten lopen, kan voor iemand met een zekere mate van creativiteit onvermoede resultaten opleveren. Je moet er wel een hoge prijs voor betalen. Gaandeweg begin je namelijk je eigen emoties te wantrouwen, je verliest allengs de controle over jezelf en op den duur dreig je zelfs verknipt te raken. Zodoende vervreemd je onherroepelijk van de buitenwereld, waardoor de luisteraar je steeds moeilijker kan volgen. Zo verging het mij tenminste. In een helder moment zag ik mijzelf vol walging uitgeput aan de rand van de afgrond staan en ik dacht: ‘Jongen, het is de hoogste tijd dat je eind elijk eens volwassen wordt.’”

Voor wie onversneden punk indertijd al te provocatief in de oren klonk, vormde Elvis Costello naast Graham Parker het redelijke alternatief. Achteraf bezien lijkt diens opgefokt aandoende debuutplaat My Aim Is True in weerwil van de titel trouwens niet van opportunisme ontbloot, al verraden de dertien puntige liedjes tegelijk ook een onmiskenbare urgentie, om maar te zwijgen van het nodige vakmanschap. “Ik stond echt op scherp, dat was absoluut niet gesimuleerd, want daarvoor had ik te lang op mijn kans moeten wachten. Aan de andere kant speelde ik met mijn alter ego doelbewust in op de tijdgeest, dat zal ik zeker niet ontkennen. Ik wilde de muziek per se niet laten swingen, ze moest raggen als de Ramones. Alleen hadden ze me gekoppeld aan Clover, een countryrockgroep uit Californië, die een heleboel van mijn referentiepunten niet eens kenden, laat staan dat ze bijvoorbeeld een Phil Spector-ritmepatroon of een Motown-baslijn konden naspelen. Zodoende interpreteerden ze mijn ideeën op hun manier, waardoor al die invloeden er volstrekt onherkenbaar uitkwamen. Plus dat ik zelf de ervarenheid in de studio miste om pastiches te kunnen maken. Dat het resultaat afweek van al die oerpunk en zelfs redelijk origineel uitpakte, gebeurde dus eigenlijk vooral per ongeluk.”

Costello is een eclecticus bij uitstek. Vrijpostig gebruikt hij uit andermans muziek alles wat maar enigszins van pas komt. Vernieuwend zal hij zichzelf daarom nooit noemen, al ambieert hij wel degelijk iets eigens te creëren. Begeleid door The Attractions en met pubrocker Nick Lowe als producer maakte hij na het veelbelovende My Aim Is True een aantal meeslepende albums, waarop de inspiratiebronnen reikten van The Rolling Stones en Booker T. & The MG’s tot aan David Bowie en nota bene Abba. In latere jaren zouden artistieke krachttoeren volgen als Imperial Bedroom, Spike en Mighty Like A Rose, die evenals het neo-klassieke project The Juliet Letters met The Brodsky Quartet door menigeen kortzichtig werden afgedaan als zijnde pretentieus. Door op gezette tijden met platen als Blood & Chocolate en Brutal Youth terug te vallen op zijn directe stijl van vroeger wist hij zich echter telkens te rehabiliteren.

“Nieuwsgierigheid drijft me voort,” aldus Costello. ‘Ik wil me continu blijven ontwikkelen, maar toch is het niet onverstandig zo nu en dan weer eens die allereerste blauwdruk te gebruiken - als een kompas om ervoor te zorgen dat je de juiste richting bewaart. Voor mij is het verleden altijd het vertrekpunt geweest en dat zal in de toekomst niet veranderen. Maar ik ben nooit op een retrogeluid uit geweest, integendeel, zeker in het begin van mijn carrière wilde ik futuristisch klinken. In tegenstelling tot kunstacademie-punks als Wire en XTC en latere groepen als Soft Cell en de Pet Shop Boys is me dat nooit gelukt. Ik ben meer iemand die steeds weer opnieuw het wiel uitvindt.”


Artistes please note: dressing room lights will be extinguished 45 minutes after the fail of the curtain, meldt een antiek bordje naast de opgang naar de kleedkamers. “Ze hebben de boel daarboven in de verf gezet,” zegt Elvis Costello. “Als we daar gaan zitten praten, barsten we binnen de kortste keren van de koppijn.” Vandaar dat we plaatsnemen in het vervaalde rode pluche van het Opera House, waar luttele uren later tijdens een aantal nummers elektronische drumpartijen zullen galmen. “De interessantste popliedjes van tegenwoordig zijn praktisch allemaal op een of andere wijze aan dance gerelateerd,” zegt de man die van de zomer met zijn versie van de Charles Aznavour-evergreen She eindelijk weer eens de Britse hitlijsten haalde. “Zwartkijkers zien die muziek als een bedreiging voor het klassiek gestructureerde liedje, maar die mensen scheren allerlei subgenres al te kortzichtig over één kam. Toegegeven, pure techno is inderdaad een ware marteling voor de oren, tenminste als je het niet ondergaat in een bomvol pakhuis onder invloed van xtc. Daarnaast gebeuren er op het gebied van met name ritmiek en juxtapositie echter zo onnoemelijk veel vernieuwende dingen, die voor min of meer traditioneel ingestelde artiesten als ik onvermoede mogelijkheden bieden.”

De geschiedenis doet niet anders dan zich herhalen, aldus Costello. Dance blijkt volgens hem nu al net zo’n revolutionaire invloed op de ontwikkeling van de populaire muziek uit te oefenen als eerder swing, bop, rock ’n’ roll en de wisselwerking tussen The Beatles en Bob Dylan. En evenals bij die genres zal die stroming zich in diverse richtingen verder door blijven ontwikkelen, waarbij de makers ervan in toenemende mate inspiratie uit het verleden gaan putten. “Niet voor niets valt er nu al een zekere nostalgie naar de Summer Of Love van 1989 te bespeuren, zodat er binnenkort steeds vaker stijlfiguren uit die tijd zullen opduiken. Met behulp van oude elementen iets nieuws maken, gebeurt al sinds mensenheugenis. Alleen kunnen de meeste dancemuzikanten niet met een instrument uit de voeten, dus in plaats van het na te spelen, zoals de generaties voor hen gewoonlijk deden, kopiëren zij het met behulp van een sampler. Sommige van die geluidscollages mogen zonder meer ingenieus heten, andere zijn weer het werk van sluwe archivarissen, die goede sier maken met andermans creaties. Overigens vind ik de rol van de moderne DJ’s zwaar overschat. Waar in vroeger eeuwen bisschoppen en vorsten grote componisten patroneerden, hebben zij nog nooit iemands carrière van de grond geholpen - behalve dan hun eigen carrière.”

Eenmaal op dreef komt Costello al associërend via via ten slotte uit bij Luigi Nono, een geestverwant van Karlheinz Stockhausen en Pierre Boulez. Kort voor zijn overlijden in 1990 baarde deze Italiaanse avant-gardist opzien met La Iontanza Nostalgica Utopica Futura, een stuk voor elektronisch vervormde viool op acht sporen. “Hij nam zeven verschillende partijen op en mengde die op het podium improviserenderwijs tot een complex geheel, dat elke voorstelling weer totaal anders klonk. Een soort dance-mix, zou je kunnen zeggen, zij het van een beduidend hogere esthetische orde.”

Steve Nieve drentelt intussen al een poos ostentatiefover het podium in afwachting van de soundcheck. “Ik kom eraan!” Hetgeen zoveel betekent als: laatste vraag. Welnu dan: heeft Elvis Costello eigenlijk nog wel toekomst? “Reken maar,” zegt hij vol vertrouwen. “Ik kan bogen op een groter publiek dan men algemeen veronderstelt. En jonger ook, zo heb ik onlangs in de Verenigde Staten tot mijn aangename verrassing mogen vaststellen. Naar het zich laat aanzien, zal ik dus wel genoeg platen blijven verkopen om door te kunnen gaan. Voor de rest laat commercieel succes me ijskoud. Het enige dat voor mij telt, is samenwerken met interessante muzikanten, die ik daar graag behoorlijk voor wil betalen, zodat ik ze niet op mijn knieën hoef te smeken om alsjeblieft met me mee te spelen. Nee, ik zie mijn carrière niet langer als iets dat vroeger of later onvermijdelijk afloopt. En stel dat, dan nog zal ik het musiceren niet opgeven. Ik ben nu gewoon niet meer te stoppen.”

-

Popstukken, November 1999


Geert Henderickx interviews Elvis and reviews Elvis Costello and Steve Nieve on Saturday November 13, 1999 at the Opera House, Blackpool, England.

Images

Popstukken November 1999 photo.jpg

ELVIS COSTELLO - OTHER TIMES

Google Translate

Elvis has left the building. But unlike once the king of rock 'n' roll he steps directly from the stage in a limousine to venture back to the hotel to transport. No, Costello receives barely fifteen minutes after his performance at the Opera House Blackpool for the stage door a few dozen supporters of the first hour. Affably chatting he signs autographs and female fans may even steal a kiss from him. Every inch a gentleman and his charcoal gray winter coat, black hat and colorful silk scarf, he looks like such, that eternal stubble him as notwithstanding. Behold the angry young man of British new wave after twenty years.

Who has the youth, as it is called, which is the future. Thus considered, things appear to Elvis Costello not too prosperous. Juveniles he barely knows, after all, to judge at least to the visitors of his concerts, which also is ringing a recognition applause only in the earlier work. So it is, at least in the Netherlands, because here in Blackpool he seems even to count. The more obscure songs on audience participation It is loudly and cheerfully responded to his comments and anecdotes which he intersperses between the acts with understated humour. With people constantly on and flared hangs anyway a remarkably informal atmosphere in the three-quarters-filled room. When someone in the front row in the middle of a loaded song just should apologize, the singer says goodbye to him on stage under general hilarity with a gallant bow.

The roughly one thousand attendees at the Opera House, a scaled and dilapidated version of our own Theatre Carré, look way far out as seasoned pop lovers. There seems to be rather a nice evening out for couples of the working class in the stock market have to dig. Lot for the tickets at the rate of twenty pounds They want at least their money and get that twice over. Accompanied by his regular keyboard player Steve 'Maestro' Nieve is Costello after the regular time of five minutes with evident pleasure once so long. The microphone is already off, it will finally for a quiet hearing by way of day closure as an additional encore Couldn't Call It Unexpected No. 4, that "the prayer of an agnostic 'of his masterpiece dropout Mighty Like A Rose, the last words are, I can not believe I'll never believe in anything again. For what hope do we all live?


The unsavoury smell of fish and chips smokes from the many family restaurants on the pier Blackpool, which is illuminated in a festive way to darkness as if it were Las Vegas. With a watchtower, roller coaster and Ferris wheel for the youngest and arcades, bars and clubs for the elderly does this little town on the Irish Sea under modal Brits for years and years as a vacation paradise. Not for nothing is swarming even in mid-November on the lengthy promenade are the tourists, who in the evening the music to death pubs for drinking and dancing will entertain.

"Believe it or not, but I've never performed before in Blackpool, as Elvis Costello" puts Declan MacManus Saturday afternoon from shore. "Well I was on my sixteenth here once play along with the orchestra of Joe Loss, which my father earned his living as a singer. It was in the Central Club, a name that I will remember for my life. Went up a few minutes before the curtain, I asked the keyboardist for a note so I could tune my guitar. As he switched on the electric organ, he hit an 'e' on it, without allowing the thing to warm up first. Still for a moment, So I got only a semitone, so I got stuck much too low. There was nothing left but to turn the volume knob to zero and mime all night. A good preparation for the future, as it turned out when I had to come show my tricks on "Top Of The Pops"

In the MacManus house seemingly everything revolved around music. The most diverse genres were listened ranging from Johann Sebastian Bach via Thelonious Monk to Grateful Dead increasing. Mother was an amateur singer and a frequent visitor of classical concerts. Father aspired actually a career as a jazz trumpeter, but in order to support his family, he had chosen willy-nilly for the entertainment industry. "I knew that the artist's life was associated earlier with blood, sweat and tears than glitz and glamour, so all since childhood," says the son, now already mid-forties. "At first I was therefore not so keen to join. In the footsteps of my dad In addition, I was quite skeptical about the commercial exploitation of music, because I loved me from the outset so intensely busy that I almost piously looked into it. Separately, I doubted whether there was an audience for the kind of songs that I wrote. "

After high school Costello took a computer course and then an administrative job at a bank to search. Then he showed about places himself in the early seventies from Liverpool to London, he ended up on a small branch where the automation was still in the offing. "One day she wanted to use me in the armored truck. I had to stand there are no robbers arrived, with a whistle in my mouth on the lookout but that seemed a bit too link. Shortly after I found work at a cosmetics factory. Since I could deal with that, the only computers I enjoyed it a lot of respect, in my white cotton jacket, I walked around like any other scientist. Little did they know that I loved about all the time in the world to write songs. For recording my first album, all in all spread over six months, lasted about two weeks, I boldly called in sick. "

With a wife and child at home Costello worried initially not to say. His cushy job After all, it had taken him four years to come. Sufficient employment Moreover, he operated from the periferrie because he was under contract with a "run by a bunch of eccentrics label contrarian artists." Two hit singles and a debut album jubilantly received eventually made ​​him change his mind. "I was actually put on the spot by the record company, which had organized the entire house. A major tour Honestly Deep in my heart I basked in those early days, not the least illusion about a long-term career. All things considered, I did not jump into the deep end, they have just pushed me. "


Sex and drugs and rock and roll is all my brain and body need, sang Ian Dury with the tongue in cheek. Or with Elvis Costello on the hyper energetic This Year's Model to sneer: Pump it up! - When you do you can feel it. Pump it up! - When you do not really need it. "With that song I put his hand in his own bosom, something indeed true for a large part of that second album," he reveals now. "It was an indirect form of self-criticism. I rejected by furious show all temptations that I could not resist. Mid-twenties, I gave myself to almost everything I really wanted to keep far from where I seriously neglected my family with all the painful and complex consequences. And all of that is not in the least because of the music. Because plenty of drink and drugs, or take your emotional life willfully haywire run, can yield unexpected results for someone with a degree of creativity. You do have to pay a high price. Gradually you begin to mistrust namely, your own emotions gradually you lose control of yourself and eventually you risk even cut up to hit. So you irrevocably alienated from the outside world, making the listener more and more difficult to follow. That happened to me at least. In a lucid moment I saw myself in disgust exhausted at the edge of the abyss, and I thought, 'Boy, it's high time that you will end ons adult.' "

Who unadulterated punk at that time too provocative in the ears sounded formed Elvis Costello alongside Graham Parker reasonable alternative. In retrospect it seems his raised sounding debut album My Aim Is True in spite of the title by the way is not devoid of opportunism, even betrayed the thirteen songs at once pointed an undeniable urgency, not to mention the necessary expertise. "I was really on edge, which was absolutely not simulated, because before I had to wait too long. My chance On the other hand, I played with my alter ego deliberately into the zeitgeist, I certainly will not deny it. I did not let the music necessarily swinging, she was ready to dance like the Ramones. Only they had me tied to Clover, a country rock band from California, which has a bunch of my reference did not even know, let alone a Phil Spector for example - rhythm pattern or a Motown bass line could replay. So they interpret my ideas in their own way, making all those influences are totally unrecognizable hatched. Plus I own the experience of the studio lacked to make. Pastiches So actually happened mostly by accident. "That the result was different from all those oerpunk and even fairly original unpacked,

Costello is an eclectic par excellence. Impertinent he uses other people's music from everything that is coming in handy. Renewing he will therefore never call themselves, though indeed he aspires to create something. Once accompanied by The Attractions and pubrocker Nick Lowe as a producer he made after promising My Aim Is True some compelling albums, which the sources of inspiration ranged from The Rolling Stones and Booker T. & The MG's to David Bowie, and nota bene Abba. In later years, artistic feats would follow as Imperial Bedroom, Spike and Mighty Like A Rose, which, like the neo-classical [The Juliet Letters] [] project The Brodsky Quartet were dismissed as being pretentious. shortsighted by many By periodically with records like Blood & Chocolate and Brutal Youth to fall on his direct style from the past, he knew, however, each time to rehabilitate.

"Curiosity drives me on," said Costello. "I want to continue to grow, solid but it is not unwise now and then once that initial blueprint to use - like a compass to ensure that you retain the right direction. For me, the past is always the starting point, and that will not change in the future. But I've never been out on a retro sound, on the contrary, especially in the beginning of my career I wanted to sound futuristic. Unlike art school punks like Wire and XTC and later groups like Soft Cell and Pet Shop Boys is me that never succeeded. I am more a person who constantly reinvent the wheel. "


Artistes please note: dressing room lights will be extinguished 45 minutes after the fall of the curtain, says an antique sign next to the entrance to the dressing rooms. "They have a lot up there in the paint put," says Elvis Costello. "When we sit down to talk, as we burst in the shortest time of the headache." That's why we sit in the red upholstered plush of the Opera House, where electronic drums will resound. Few hours later during some numbers "The most interesting pop songs of today are practically all in one way or another related to dance," says the man of the summer with his version of the Charles Aznavour - evergreen She finally find the British charts fetched. "Black Viewers see music as a threat to the classically structured song, but people shave kinds of subgenres too shortsighted same brush. Admittedly, pure techno is indeed a real torture for the ears, at least if you do not go into a crowded warehouse under the influence of ecstasy. In addition, however happen in particular rhythm and juxtaposition as innumerable innovative things that if I offer unsuspected opportunities for more or less traditionally minded artists. "

The history does nothing but repeat itself, says Costello. Dance shows already practicing as previously swing out according to him just such a revolutionary impact on the development of popular music bop, rock 'n' roll and the interaction between The Beatles and Bob Dylan . And as in those genres that will flow in different directions further continue to develop, with its makers increasingly will draw inspiration from the past. "Not for nothing there is already a certain nostalgia for the Summer Of Love in 1989 in sight, so that there will soon be popping up more and more. Tropes of that time Using old elements create something new happening since time immemorial. Only the most musicians can not dance with an instrument from the feet, so after playing like the generations usually did for them, rather they copy it using a sampler. Some of these sound collages may simply be called ingenious, others are again the work of cunning archivists, who make a good impression with other people's creations. Incidentally, I think the role of the modern DJ's overrated. Where in earlier centuries bishops and princes were great composers patron, they have never helped someone's career off the ground - except for their own careers. "

Once into his stride Costello already associating via via finally out at Luigi Nono, a kindred spirit of Karlheinz Stockhausen and Pierre Boulez. Shortly before his death in 1990 gave birth to the Italian avant-garde sensation with La Iontanza Nostalgica Utopica Futura, a piece of electronic distorted violin on eight tracks. "He took seven different parties and mixed on stage improvising effortlessly into a complex whole that every performance sounded totally different. A kind of dance-mix, you might say, but a significantly higher aesthetic order. "

Steve Nieve saunters now quite a while ostentatiously over the stage pending the soundcheck. "I'm coming!" Which translates as: last question. Well, then: has Elvis Costello actually still future? "You bet," he says confidently. "I can boast a larger audience than is generally assumed. And younger too, so I recently may determine. Until my pleasant surprise in the United States To all appearances, so I will be continuing to sell in order to continue. Enough albums For the rest let commercial success me cold. The only thing that matters to me, is to work with interesting musicians, which I like for there to pay, so I do not have to beg to please play with. With me to my knees properly No, I no longer see my career as something that sooner or later inevitably expires. And suppose, I still will not give up making music. I'm just unstoppable. "

-



Back to top

External links


{{DEFAULTSORT:Popstukken 1999-11-00]]